Gedicht Van De Maand
Ο?δ?πους Τ?ραννος
Ο?δ?πους
? τ?κνα, Κ?δμου το? π?λαι ν?α τροφ?,
τ?νας ποθ' ?δρας τ?σδε μοι θο?ζετε
?κτηρ?οις κλ?δοισιν ?ξεστεμμ?νοι;
π?λις δ' ?μο? μ?ν θυμιαμ?των γ?μει,
?μο? δ? παι?νων τε κα? στεναγμ?των:
?γ? δικαι?ν μ? παρ' ?γγ?λων, τ?κνα,
?λλων ?κο?ειν α?τ?ς ?δ' ?λ?λυθα,
? π?σι κλειν?ς Ο?δ?πους καλο?μενος.
?λλ' ? γεραι?, φρ?ζ', ?πε? πρ?πων ?φυς
πρ? τ?νδε φωνε?ν, τ?νι τρ?π? καθ?στατε,
δε?σαντες ? στ?ρξαντες; ?ς θ?λοντος ?ν
?μο? προσαρκε?ν π?ν: δυσ?λγητος γ?ρ ?ν
ε?ην τοι?νδε μ? ο? κατοικτ?ρων ?δραν.
?ερε?ς
?λλ' ? κρατ?νων Ο?δ?πους χ?ρας ?μ?ς,
?ρ?ς μ?ν ?μ?ς ?λ?κοι προσ?μεθα
βωμο?σι το?ς σο?ς: ο? μ?ν ο?δ?πω μακρ?ν
πτ?σθαι σθ?νοντες, ο? δ? σ?ν γ?ρ? βαρε?ς,
?ερε?ς ?γ? μ?ν Ζην?ς, ο?δε τ' ?θ?ων
λεκτο?: τ? δ' ?λλο φ?λον ?ξεστεμμ?νον
?γορα?σι θακε? πρ?ς τε Παλλ?δος διπλο?ς
ναο?ς, ?π' ?σμηνο? τε μαντε?? σποδ?.
Koning Oedipoes
Oedipus
O kinderen, jonge afstammelingen van de oude Kadmos, waarom toch zit ge in deze houding bekranst met de takken van smekelingen?
De stad is vol van wierookwalmen zowel als van hymnen en klaagliederen.
En kinderen, omdat ik het niet van boden, dit is van anderen, wilde vernemen, ben ik zelf naar hier gekomen, ik die door allen de beroemde Oedipus genoemd word.
Maar gij, grijsaard, zeg me - vermits het u uiteraard past in plaats van allen hier te spreken - zeg me, in welke gemoedsgesteltenis zit ge daar, in angst ofwel met hoop vervuld? Want alles wil ik tot een goed einde brengen! Ik zou immers harteloos zijn om met uw toestand geen medelijden te hebben.
Priester
O Oedipus, gij die de macht hebt over dit land, gij ziet hoe wij hier zitten, van alle leeftijden, bij de altaren die u toebehoren. De enen zijn nog niet sterk genoeg om het nest te verlaten, de anderen gaan gebogen onder de last der jaren. Ik, de priester van Zeus, zij de bloem van de Thebaanse jeugd. De anderen hebben zich verzameld op het marktplein, bij de twee tempels van Pallas, bij de profetische as van Ismenos.

